Het lange wachten is voorbij

We zijn half oktober gestart.  Dit jaar werken we rond brieven.  Brieven aan een pracht van een meid in een ver kasteel.  De persoon die de brieven schrijft, vraagt zich ontelbare dingen af. 

Een fragment uit onze eerste brief: 
‘Het is zó lang geleden dat het paard nog niet was uitgevonden,’ zegt mijn vader, koning van mijn koninkrijk, over gebeurtenissen van veertig, vijftig jaar geleden.
Er zijn verhalen over een heks, een verongelijkte oude vrouw, een boze fee en een vergiftigde naald.
Anderen zeggen dat het je eigen schuld was.
Ik hoor het wel als je wakker bent. Of niet.
Wil je trouwens wel wakker gekust worden? Wil je niet liever gewoon op je schouder worden getikt, of desnoods zachtjes door elkaar worden geschud?

Dankzij deze brief zijn we gaan vertellen over ontdekken en uitvinden. Hieronder staan nog een aantal vraagjes die u, lezer,ook wat kunnen laten stilstaan.
  •    Zijn er nog plaatsen, dieren, planten, mensen die niet ontdekt zijn? 
  • En bestaan die dan? 
  • Weten wij of ze bestaan? 
  • Hoe weten wij dat ze bestaan, als ze nog niet ontdekt zijn?


  Tenslotte zijn we op ontdekkingstocht getrokken doorheen onze school.  Wat we allemaal ontdekt hebben, hebben we in ons mapje genoteerd.  Zelfs deze juf heeft héél wat nieuws ontdekt dankzij de jonge filosofen op onze school.