de dood



De dood betekent niets want zolang wij er zijn is de dood er niet, en als de dood gekomen is, zijn wij er niet meer.
(Epicurus)

Er is geen groter onrecht dan de dood.
(Albert Camus)

In onze filosofieles hebben we gesproken over hoe wij de dood ervaren. Hoe wij zien hoe mensen rouwen, hoe mensen omgaan met de dood.  
Vervolgens zijn we in andere landen gaan zoeken hoe zij omgaan met de dood.  We bleven wat langer stilstaan in Mexico. Hoe anders is dit dan bij ons.  


Vervolgens hebben we even gekeken in de rouwmap op onze school.  Nu gaan we even nadenken over wat er voor ons zeker in zo'n rouwmap zou moeten zitten. Volgende keer denken we hier over na.

mogen, willen en moeten


  1. zMoet je altijd doen wat anderen zeggen?
    1. als mama en papa zeggen dat ik iets moet doen, dan doe ik het
    2. als mama en papa zeggen dat iets niet mag, dan doe ik het niet
  2. Mag je doen wat je wil?
    1. niet altijd omdat het gevaarlijk is
    2. niet altijd omdat mama en papa het niet leuk vinden
    3. ja want mama en papa doen dan mee
  3. Wil je doen wat je mag?
    1. natuurlijk , ik wil graag door de lucht vliegen
    2. neen, want het is te gevaarlijk
  4. Mogen de volwassen meer doen dan jij?
    1. ja, want ze mogen langer opblijven dan wij
    2. nee, want ze moeten met veel meer rekening houden
    3. ja, want ze mogen langer teevee kijken dan wij
    4.  nee, want als ik zie wat mama/papa allemaal moeten doen dan heb ik schrik
  5. Wat mag jij meer dan een volwassene?
    1. geschenken krijgen
    2. spaargeld krijgen
    3. gelukkiger zijn, want mama en papa maken zich altijd zorgen
  6. Doen zwervers wat ze willen?
    1. ja, want ze zijn vrij
    2. nee, want ze moeten zoeken naar een plaats om rustig te slapen
    3. nee, want ze moeten vechten om te overleven
    4. nee, ze hebben het moeilijk want ze zoeken naar onderdak, naar voedsel
  7. wanneer denk je allen maar aan jezelf?
  8. Wanneer denk je alleen maar aan anderen?
  9. Hoe voel je je als je iets doet dat niet mag?
    1. angstig omdat ik straf zal krijgen
    2. angstig en ik verwoord het anders omdat mama en papa mij zullen geloven
    3. als ik eerlijk ben, ben ik niet bang want mama en papa begrijpen mij maar ik krijg toch straf wat wel eerlijk is
    4. ik probeer het anders te vertellen zodat ik géén schuld krijg.